Is geloof volgens Kierkegaard onredelijk?

Is geloof volgens Kierkegaard onredelijk?
20 juni
2012
Opinie

Wie zich, zoals ik, bezighoudt met het ontwikkelen van rationele argumenten voor het bestaan van God, krijgt met enige regelmaat te horen dat een dergelijke activiteit in strijd is met het existentiële karakter van het geloof. Het zou bijvoorbeeld volstrekt onverenigbaar zijn met de manier waarop iemand als de Deense filosoof Søren Kierkegaard, één van de belangrijkste christelijke denkers uit de geschiedenis, over geloven spreekt.

De filosoof Kierkegaard zou geen enkele ruimte laten voor een rationele onderbouwing van de these dat God bestaat. Het aanvaarden van God is bij hem een strikt persoonlijke keuze, een ‘sprong in het absurde’, waar ons verstand  niet  aan te pas komt. Geloof kan nooit vanuit de rede worden gevonden omdat het louter een zaak is van subjectieve innerlijke hartstocht.

Redelijke argumenten als persoonlijke expressie

Ik denk echter dat het uitwerken van redelijke argumenten voor het bestaan van God ook gezien kan worden als één van de manieren waarop iemand persoonlijk uitdrukking geeft aan zijn of haar al bestaande christelijke subjectiviteit. Het doordenken van redelijke gronden voor theïsme kan deel uitmaken van iemands persoonlijke bestaansexpressie als christen, en staat daarom niet op gespannen voet met Kierkegaards sterk existentiële denken over het geloof. Bovendien kunnen wij met een verwijzing naar het motto van Kierkegaards meesterwerk Of/Of de volgende retorische vraag stellen: zijn dan alleen de hartstochten gedoopt, zijn de redevermogens heidenen?

Kierkegaard als apologeet?

Bovendien moeten we sowieso oppassen om Kierkegaard slechts te zien als iemand die rede en geloof totaal wil scheiden. Kierkegaard schreef namelijk onder vele pseudoniemen die zeker niet altijd zijn eigen mening weergeven. Bovendien is zijn oeuvre een heel universum. Hij confronteert in zijn talloze werken de lezer met vele mogelijke bestaanswijzen, zoals het esthetische leven, het ethische leven, het dogmatische leven, het leven van de vertwijfelde en het religieuze leven. Al deze levenshoudingen beproeft hij steeds op existentiële consistentie en leefbaarheid, om ten slotte te concluderen dat de mens zijn volledige mens-zijn alleen kan verwerkelijken in de oneindigheid van het religieuze leven.

Kierkegaards werk is daarom apologetisch in de zin dat hij de receptieve vermogens van zijn lezers wil aanspreken en voeden om zo het religieuze in hun gemoed te doen ontwaken en tot bloei te laten komen. Hij wil laten zien dat het geloof in God een legitieme basisovertuiging is, door zijn lezers in contact te brengen met de religieuze levenswijze als geleefde praktijk en hen daarbij de existentiële diepte en oneindigheid van dit leven te laten ervaren. Kierkegaard tracht zo elk van ons te bewegen tot het in het leven roepen van een religieuze subjectiviteit. Een subjectiviteit die volgens hem altijd en overal het primaat heeft boven inhoudelijke rationele argumenten.

Rationaliteit en geloof

Het uitwerken van argumenten kan dus gezien worden als  een spontaan uitvloeisel van een reeds bestaande innerlijke religieuze subjectiviteit. Deze argumenten doen niets af aan het primaat van het subjectieve geloof, zolang we deze argumenten maar nooit gaan beschouwen als noodzakelijk voor het religieuze leven. Een belangrijke functie van rationele argumenten is veeleer dat zij intellectuele barrières kunnen wegnemen bij hen die het religieuze leven op voorhand geen enkele kans willen of kunnen geven omdat ze menen dat zo'n leven niet redelijk kan zijn. Door dit soort barrières te slechten, door gecultiveerde karikaturen van het geloof als onzinnig te ontmaskeren, kan men het religieuze weer onbevangen tegemoet treden.

Het gaat uiteindelijk om het religieuze leven en niet om de rationele legitimatie ervan, maar dit betekent niet dat het menselijk redevermogen in het religieuze leven geen enkele rol mag spelen. Dát is volgens mij de les die we uit Kierkegaards magistrale oeuvre moeten trekken. En niet alleen uit zijn werk, maar ook uit dat van andere christelijke denkers. Door de eeuwen heen is dit één van de belangrijkste lessen van het christendom geweest. Rationele rechtvaardiging van theïsme is nooit een noodzakelijke voorwaarde voor het geloofsleven en bovendien volstrekt zielloos indien zij niet rechtstreeks ontspringt aan het levend geloof zelf, aan de onmiddellijk gevoelde zekerheid in het hart, los van welk rationeel argument dan ook.

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst

Laatste reacties

  • Ronald V. zei Naar deze reactie >>>
    Zucht, diepe zucht. 

    Beweren dat er contradictoire feiten zouden kunnen bestaan, is onzin in het kwadraat. Iets bestaat of bestaat niet... 12-11-2018 21:15
  • Piet S. zei Naar deze reactie >>>
    Lieven,

    [dan horen daar toch ook de schrijvers van de bijbel bij, dat waren toch ook maar mensen hé?]

    Inderdaad, maar dat probleem wordt opgelost door het dogma dat de Bijbelschrijvers door God zijn geïnspireerd en omdat God niet... 12-11-2018 20:55
  • Bert Morriën zei Naar deze reactie >>>
    Simon, Jan,

    Ik meen mij wat meer bescheiden op te stellen dan Ronald V. want ik laat een absurde wereld buiten beschouwing omdat ik daar... 12-11-2018 20:45
  • Bert Morriën zei Naar deze reactie >>>
    Jan,

    Gelukkig bind je wat in want of iemand zijn eigen perceptie gelijk heeft gaat verder niemand wat aan. Dat is wat anders dan de... 12-11-2018 20:28
  • Chris,

    er zit een veralgemenend zinnetje in dat heel het pleidooi ongeloofwaardig maakt: "want alle mensen zijn uit zichzelven leugenaars... 12-11-2018 19:53
  • Bert Morriën zei Naar deze reactie >>>
    Piet S.,

    Vrees niet, het is slechts een oprisping van iemand die het ook niet wist maar het niet kon laten om daar toch iets met... 12-11-2018 19:45