God, de grote vragen en het scheermes van Ockham

God, de grote vragen en het scheermes van Ockham
31 okt
2013

Eén van de argumenten die sciëntisten aanvoeren tegen het geloof in God is dat God een overbodige hypothese zou zijn. Dankzij de wetenschap kunnen we tegenwoordig alles wat gebeurt vanuit binnenwereldlijke factoren en processen verklaren;  en voorzover dat toch nog niet helemaal lukt, zal dat in de toekomst vast en zeker steeds beter lukken.

We hebben dus geen wezen “hetwelk wij God noemen” meer nodig als verklaring voor het wereldgebeuren. En derhalve, zo argumenteert men, treedt het beroemde scheermes van Ockham in werking: zoek altijd naar de meest eenvoudige verklaring, en neem daarom nooit méér entiteiten aan voor een verklaring dan je nodig hebt. Want, zo zei de middeleeuwse filosoof Ockham,  entia non sunt praeter necessitatem multiplicanda: men moet het aantal zijnden niet zonder noodzaak verveelvoudigen. Simpel gezegd: extra ballast moet je zoveel mogelijk uit een theorie wegscheren, zodat die zo elegant mogelijk wordt.

Nu is het zeer omstreden of dit principe inderdaad opgaat in de discussie over het bestaan van God. Als  God niet “nodig” is op het niveau van de tweede oorzaken, sluit dat immers nog niet uit dat Hij mogelijkerwijs de eerste oorzaak is, en als zodanig degene aan wie alle binnenwereldlijke wetten en oorzaken hun bestaan te danken hebben. De wonderlijke wijze waarop diverse fundamentele natuurconstanten afgesteld lijken op het ontstaan van leven op aarde, wijst daar volgens velen zelfs op. Maar laten we even aannemen dat het scheermes-argument klopt, en dat dat eigenlijk ook wel duidelijk is. Dan doet zich natuurlijk een andere vraag voor: als evident is dat God een overbodige hypothese is, hoe bestaat het dan dat er altijd nog zoveel mensen in (een) God geloven? Mijn stelling is dat dat samenhangt met het feit dat het geloof in God een eenvoudiger antwoord geeft op onze levensvragen dan alternatieven. Bij die ‘big questions’ gaat het om de oervragen die de mensheid zichzelf sinds onheuglijke tijden gesteld heeft. Tot de meest prominente ervan behoren in elk geval: 1. Waar kom ik, waar komen mijn medemensen en waar komt deze wereld vandaan? 2. Waar gaan we naartoe – wat zal de toekomst mij, mijn medemensen en deze wereld uiteindelijk brengen? 3. Wie ben ik ten diepste, en wat word ik geacht te doen?  Wat is de zin van mijn leven, en van dat van anderen? 4. Hoe kan ik omgaan met kwaad en lijden dat mij treft, en hoe komen we dat kwaad ooit te boven? 5. Wat houdt ondanks alle ellende de wereld gaande en ons op de been? Hoe kan het dat we altijd weer doorgaan en nieuwe moed vinden tot leven? Het zijn dus de vragen naar onze oorsprong, bestemming, identiteit, lijden en levensbronnen.

Dit soort levensbeschouwelijke vragen vormt een speciale categorie. Het gaat allereerst om vragen die elk weldenkend mens zich wel eens stelt. Het gaat vervolgens om vragen die men moeilijk geheel onbeantwoord kan laten; hoe voorlopig onze antwoorden ook zijn, we zullen een reden moeten hebben om ’s morgens ons bed uit te komen. Ontkennen dat de vragen beantwoordbaar zijn is trouwens ook een antwoord geven. Ten derde gaat het om vragen waarvan onduidelijk is hoe we er langs wetenschappelijke weg zekerheid over kunnen krijgen. Sterker nog: voorzover het om zinvragen gaat en niet om feitenvragen, ligt het voor de hand om te denken dat dat nooit zal lukken. Wetenschap gaat immers over feiten, niet over zin.

Hoe zou nu de gemiddelde sciëntist de genoemde vragen beantwoorden? Ik denk ongeveer als volgt. 1. Het universum is een schitterend ongeluk; wij komen dus voort uit toevalsprocessen. 2. De Big Crunch. 3. Onze identiteit is wat we er zelf van maken. 4. Hier zullen de antwoorden verschillen: geld, voortplantingsdrift, liefde, hoop, nieuwsgierigheid, of nog wat anders. 5. Het zal ons vermoedelijk niet lukken kwaad en lijden ooit te overwinnen, we moeten er het beste van maken.

Vergelijken we dit met hoe een theïstisch gelovige deze vragen beantwoordt, dan valt op dat deze veel minder woorden nodig heeft. Sterker nog, hij of zij heeft als het erop aankomt aan één woord genoeg. Want het gelovige antwoord op alle vijf deze levensvragen verwijst linksom of rechtsom  naar God. God staat aan het begin / en Hij komt aan het einde / Zijn Woord is van het zijnde / oorsprong en doel en zin. God houdt deze wereld gaande, geeft ons moed tot leven, en overwint eens het kwade. In theologische termen: Hij is de Schepper, Onderhouder en Verlosser van ons bestaan. Los van de vraag of men dit alles met de gelovige eens is, mag duidelijk zijn dat diens antwoord op zulke complexe levensvragen van een verbluffende eenvoud en elegantie is. Eén ‘hypothese’ is voldoende voor een helder antwoord, hoe zoekend en tastend misschien ook gegeven, op alle belangrijke levensvragen. De sciëntistische antwoorden daarentegen maken niet alleen de indruk lapwerk te zijn doordat ze per vraag verschillen, maar nemen ook nogal wat onbewijsbare gegevenheden aan, zoals het  bestaan van metafysisch toeval, het menselijk vermogen om het eigen leven zinvol te maken, de functie van geld, seks of wat dan ook als levenskracht, en de finaliteit van het kwade. Dat lijkt me een allegaartje waar Ockham wel raad mee zou weten.

Wie het scheermes van Ockham serieus neemt, heeft dus alle reden dat niet zozeer tegen het geloof in God in te zetten alswel  tegen het ratjetoe van aannames dat de sciëntist opvoert om onze diepste levensvragen te beantwoorden.

Deze column is ook verschenen op de website van het Abraham Kuyper Center

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst

Laatste reacties

  • @Bert [Het gevaar dreigt dat slimme machines straks kunnen doorzien wat mensen niet doorzien en na de vinger die ze gekregen hebben niet alleen de hand maar de hele mensheid in hun greep nemen]

    En met dit eventuele doemscenario houden wetenschappers zich helemaal niet bezig. Onderkennen ze totaal niet. 21-04-2019 22:32
  • ChrisH,

    "...de eerste mens (niet ergens op aarde)".
    Gilbert zegt dat hij zich helemaal niet bezig houdt met de evolutietheorie maar... 21-04-2019 22:31
  • @Wim, het zijn toch de mensen die de machines hebben ontworpen, ze hebben zichzelf niet gecreëerd, ik begrijp je redeneertrant dan ook niet helemaal.   21-04-2019 22:26
  • Bert Morriën zei Naar deze reactie >>>
    Aaf,

    [Wat voor reden zou een machine kunnen hebben om uitschakeling te willen voorkomen? Omdat een mens die 'wil om te blijven functioneren' er in geprogrammeerd heeft?]
    In essentie: ja, maar waarschijnlijk niet met de bedoeling die machine volledig autonoom te maken. FYI: iedere moderne computer... 21-04-2019 21:42
  • ChrisH, Jac,

    god is inderdaad uiteindelijk de oorzaak van het kwade want hij heeft die mogelijkheid in zijn schepping geïmplementeerd. Dat... 21-04-2019 21:07
  • Wim de Rooij, Eindhoven zei Naar deze reactie >>>
    Hallo Egbert.

    Ik vertelde je van programma's die de evolutionaire methode kunnen gebruiken om slimmere programma's te genereren.

    Je... 21-04-2019 17:55